Uitleg over het drieluik

Hoofdthema van het drieluik is "Wees uw broeders hoeder" 

Linkerpaneel

Het linker paneel toont ons Christus als het hoofd en de mensen, jong en oud, blank en bruin, vormen de ledematen. Links naast het hoofd van Christus zien we de "intelligentie zonder liefde": de duivel. Doch Christus houdt alle vertroosting voor ons in en zegt: "het is alles onder Gods zegen"en "mijn kracht wordt in Uw zwakheid volbracht".

Hieronder zien we door bogen afgesloten ruimten waar mensen min of meer afgezonderd leven: een blinde, doofstomme, iemand zonder armen, een ziek kind, een man met één been, iemand met gewrichtsreuma en in de laatste bogen een mens die zich in angst afzondert.

Geheel onderaan komen we op de donkerste punten der aarde. Boven deze groep mensen staan woorden "als God vóór ons is, wie zal tégen ons zijn?"

Links zien we duistere figuren uit het nachtleven staan, een dronkaard, mensen die verdovende middelen gebruiken, huwelijksnood, zwervers, mensen in een concentratiekamp ("naamlozen"), een kind dat alleen door de wereld zwerft en grote mensen slechts als grijnzende maskers ziet.

Middenpaneel

Op het midden paneel buigt God de Vader zich zegenend voorover en zegt: "Mijn genade is u genoeg". Uit de handen stroomt de zegen als bergstromen neer.

In het midden zien we drie vrouwenfiguren; links Eva, de appel plukkend; midden Maria met het kind, het kind draagt de appel in zijn hand en geeft de druiventros door; de rechter figuur houdt de appel tegen zich aan gedrukt en geeft de druiventros verder door.

Aan de linkerzijde van het middenpaneel zien we onder elkaar drie figuren in het donker staan, om licht te brengen. Bovenaan de Augustijn, voorloper van Luther, in het midden de Predikant en onderaan de Pottenbakker, eerste kunstenaar op aarde.

Achter hen zien we een leiboom, symbool van hun gebondenheid. Wat lager zien we een engel de handen uitstrekkend naar een mens die verstikt in angst achteruit wijkt.

Links van de engel is een vrouw, haar kruis dragend.

In het midden, rechts onder Maria met kind, zien we twee paarden, met het oog op elkander gericht, in gehoorzaamheid aan God hun in duisternis gehulde weg gaan.

Midden onder Maria zien we Jacob strijdend met een engel; hier links schuinonder,

de vader met de verloren zoon; rechts schuinonder zien we de engel Abrahamshand tegenhoudend terwijl hij zijn zoon offert.

Links onderaan (rechts van de engel) Daniël in het vuur staande, hij bleef in gebed behouden.

Midden onderaan, God de Vader in het brandend braambos, God spreekt ons toe, ons opwekkend tot geloof, liefde en geduld met elkander.

Rechts hiervan zien we een engel in grote concentratie het opstandingskruis dragen.

Helemaal rechts zien we bovenaan, onder Gods hand mensen zingend en dansend de hemelweg gaan. We zien "bloemen en sterren in de nacht en een vrouwenfiguur waarschuwend de hand opheffend, zeggend: "ga niet deze weg op, eer ge geheiligd bent".

Rechts onderaan, zien we duistere figuren, zwarte vogels en ogen en tenslotte een dik groen mannetje, een oude nar. De vrouw roept hem tot bezinning en schuldbelijdenis. In het landschap ziet hij het kasteel en landerijen verschijnen waar hij werkte, hij ziet zijn leven zoals het was, hij ziet zijn schuld, zijn liefdeloosheid.

Rechterpaneel

Op het rechter paneel is de Heilige Geest voorgesteld in het symbool van een nederdalende duif.

Links bovenaan staat een figuur biddend in gebogen houding zeggend: "Heer toon mij mijn zonden en brand mij schoon". Hieronder staat "het meeste van alles is de liefde".

Linksonder de biddende figuur zien we de mensen en kinderen hand in hand de Hemelweg op gaan. In het midden een groene berg met witte top en bloemen aan de voet. Symbool van Gods blijdschap om mensen die in gehoorzaamheid aan God hun weg door het leven gaan.

Rechts van de berg zien we twee mensen in het Priesterschap der gelovigen elkander zegenend en zo toevertrouwend aan Gods zorg.

Rechts hiervan zien we figuren de kruisweg gaan en daarnaast de mens die zich in Gods geboden kracht en blijdschap weet, Christus is in hem en hij kent geen aardse beperking, hij strekt zich over de aarde uit, zijn voeten staan op de sterren, stromen van zegen dalen neer over de aarde en in het heelal.

Hieronder van links naar rechts, zien we de mensen gaan, door licht en duisternis, hand in hand, we zien de witte duiven en de zwarte raven beide door God ten zegen aangewend.

Een klein figuurtje blijft rechtop in gebed staan terwijl de duivel een roodgloeiende steen naar haar werpt. We zien nog een gedeelte van de kruisweg.

Hieronder van links naar rechts de mensen op de hemelweg, daarnaast stenen, God slijpt zijn kinderen als stenen aan elkaar af.

Helemaal rechts het rad van de eeuwigheid en het zaadje van de aardse tijd.

Hieronder in het midden de vrouw met de hoorn (symbool van kuisheid) in grote concentratie biddend voor een mens in nood strijdend tegen de vlammen.

Rechts hiervan, onbewust lachende mensenkoppen, Christus bespottend, en rechts hiervan het begin van de kruisweg.

Onderaan links, een Indiëvaarder, in zijn herinnering doemt het Indische landschap op en hij ziet zijn houding en schuld en begrijpt dat hij tot Christus moet gaan voor hij de hemelweg kan betreden. Hiernaast loopt een onbewust knaapje, levend in eigen droomwereld.

Rechts hiervan vallen de boeien af van mensen die na lange gevangenschap verlost worden.

Rechts onder Christus zien we de boze tongen en rechts, helemaal onderaan het oerwoud van onwetendheid, wanbegrip en angst.